HISTORISCHE VERENIGING

CARSPEL ODEREN

 

PERSBERICHT            Exloo, maart 2010 

 

NIEUWE VERHALEN IN SPITWA(A)RK OVER DE OORLOG, DE BEVRIJDING EN DAARNA

 

Het nieuwe nummer van Spitwa(a)rk, het tijdschrift van de Historische Vereniging Carspel Oderen is geheel gewijd aan de oorlogsperiode ’40-’45. In dit speciale ‘oorlogsnummer’ (56 pagina’s ), dat begin april uitkomt zijn droevige en blijde verhalen opgetekend. Ze zijn geïllustreerd met veel tot nu toe onbekende foto’s. Het openingsartikel gaat over Jantje Luit uit Valthermond die geen bonbons van Seys Inquart wilde. De ‘foute’ krant Nieuws van de Dag schrijft over zogenaamde terroristen (onze verzetsstrijders) die hun ‘gerechte’ straf krijgen. Ook de hongerwinter wordt in een drietal verhalen beschreven: de Rotterdammer Leo Hoorn liep naar Valthe en Henny Ravenhorst uit Bilthoven naar Exloo. Ook lezen we hoe een Goudse politieagent naar Valthermond fietste en met veel voedsel weer terugkeerde. Daarna gaat het over geallieerd vuur dat de Odoornerveense Janke Buls in april ‘45 het leven kostte. Vervolgens is er aandacht voor twee Italiaanse onderduikers die in 1e Exloërmond korte tijd verbleven. De oorlogsjaren en -herinneringen over Valthe en zijn inwoners worden beschreven aan de hand van een tweetal artikelen en evenveel gedichten. De bevrijding van Valthermond komt vervolgens uitgebreid aan de orde. Spitwa(a)rk sluit af met een weerzien tussen een Duitse soldaat en een voormalige inwoner van Exloo. Op de fotopagina’s staan het monument van Valthermond en het (afgebrande) gemeentehuis in Exloo. Op de voorplaat staan alle straatnaambordjes, die ons herinneren aan de oorlog.

 

Jantje Luit wilde geen bonbons van Seys Inquart

In 1936 stapte de 16-jarige Jantje Luit uit Valthermond in Valthe op de trein met als eindbestemming Den Haag. Ze werkte als dienstmeisje in het gezin van de joodse familie Mulders. Marchinus Elting interviewde haar en hoorde dat ze daar is aangereden door de auto, waarin Seys Inquart zat. In het ziekenhuis weigerde ze echter te eten van de bonbons, omdat die van de Rijkscommissaris kwamen.

 

Terroristen krijgen hun gerechte straf

In een artikel uit de Courant Het Nieuws van de Dag, van maandag 27 september 1943 worden inwoners van onze gemeente genoemd en het lezen vervult de lezer met afgrijzen. Andries Diepenbrug, Roelof Tuin en Wessel Jan Knot, allen betrokken bij de gemeentehuisbrand in Exloo van 1943 worden, samen met acht andere verzetstrijders uit de omgeving, in het rechtbankverslag afgeschilderd als terroristen. Kort daarna worden tien  jonge mannen gefusilleerd.

 

De voettocht naar Drenthe

De hongerwinter 1944-1945 zit nog steeds in het geheugen van Leo Hoorn uit Rotterdam-Zuid. Gedreven door de honger is hij samen met zijn tweelingbroer Henk, beiden 14 jaar oud, te voet op weg gegaan naar het Noorden om daar voedsel te bemachtigen. Hij vertelt over deze tocht en hoe ze uiteindelijk in Valthe goed terecht komen en daar de gehele oorlog blijven.

 

De laatste reis van Bouke P. Faber

Piet Faber vertelt over zijn vader Bouke, die begin 1945 met zijn schip naar Klazienaveen voer. Dit schip kwam ook door Odoornerveen. Een reis, die aan zijn vader en aan Janke Buls-Muskee uit Odoornerveen het leven kostte. Piet Faber, toen bijna 10 jaar, neemt de lezer mee naar de dag dat zijn vader en Janke Buls het leven lieten door Engels mitrailleurvuur.

 

De hongerwinter van 1945

De hongerwinter van 1945 heeft al heel veel verhalen opgeleverd. Ook over Valthermond staat nu verhaal van Fouke J. van Klinken over deze beruchte episode uit de oorlog. Het gaat over een onbekende man uit Gouda, die onderdak vond bij de familie Van Klinken. De hoofdpersoon maakte de lange reis van Gouda, om voedsel te halen voor zijn hongerend gezin. Met genoeg eten keerde hij terug.

 

Italiaanse onderduikers
Op een nazomerdag in 1944 kwam Roelof Speelman in 1e Exloërmond terug van het land. De deur van het kippenhok stond open. Hij zag to zijn grote schrik dat er twee jongemannen in het hok zaten. Het bleken twee Italianen te zijn: Mario Braida en Antonio Cabuzzatta. Geert van Rossum Hzn. vertelt over die tijd en dat één van de Italianen, Mario, later in Hijken om het leven kwam.

Veldwachter in oorlogstijd
In de zomer van 1940 vestigde zich in Exloo het gezin van Harm Pals, agent bij de motorpolitie in Rotterdam en met ingang van 1 juni benoemd als veldwachter in Exloo. Marchinus Elting sprak met Jopie Pals over de oorlogsjaren in Exloo, het (stille) verzet van haar vader, fotograaf Leoni die bij hen was ondergedoken, een gedwongen overplaatsing en een fake-opname in het ziekenhuis in Emmen.

‘We keken onze ogen uit, want er was volop te eten’
De inmiddels 81-jarige Henny Ravenhorst uit Bilthoven vertelt hoe ze in het laatste oorlogsjaar lopend uit Bilthoven met een groep kinderen en volwassen begeleiders onder barre omstandigheden naar Drenthe liep. In de beruchte hongerwinter verbleef zij tot na de bevrijding in Exloo bij de familie Thijn en waar ze voldoende te eten kreeg.

 

Oorlogsherinneringen uit Valthe

Toen de oorlog uitbrak was Ab Stevens uit Valthe 14 jaar. Veel van zijn herinneringen blijven hangen. Over spertijd, fietsbanden, een evacué en een hachelijk moment vlak voor de bevrijding. Maar ook herinnert hij zich hoe hij bijna een drachtig paard kwijt raakte aan een op de vlucht zijnde Duitse soldaat. Ook weet hij nog hoe hij de bevrijding van Valthe beleefde. Op die dag beleefden hij en zijn broer Gradus een hachelijk avontuur.

 

Rovers

Ook vertelt Stevens in het dialect hoe het bijna misging met de joden van het onderduikershol.  Aan de zandweg een eindje buiten Valthe stond  in de oorlogstijd een klein huisje, Stevens belicht op zijn wijze de rol van Pieter Drenth en wat er gebeurde toen Drenth dacht dat er rovers in de buurt actief waren.

 

Na de bevrijding in Valthermond
Bij de bevrijding van Valthermond kwamen er allerlei legeronderdelen door het dorp. Poolse soldaten op 11 april, maar later ook anderen. Honderden voertuigen trokken door het dorp in noordelijke richting met bestemming Duitsland. Jan F. van Klinken vertelt over die eerste verwarrende naoorlogse dagen: over de Poolse soldaten, de tanks, de festiviteiten, de NSB’ers en de vrachtauto van Tjakkes en de bevrijdingsoptochten en –feesten, onder andere bij café Van der Hei.

 

Een weerzien na zestig jaar
Een bijzondere geschiedenis over een 17-jarige Duitse soldaat die in Exloo was ingekwartierd en en Exloër jongen. De soldaat vertrok onverwachts, maar met hem bleef onderhielden Geert van Rossum Hzn. en zijn vrouw decennia later een innige band.. Een verhaal over de bezoeken heen en weer en over de vriendschap die is ontstaan en gebleven. 


HISTORISCHE VERENIGING

CARSPEL ODEREN

 

PERSBERICHT             Exloo, april 2010

 

HERDRUK SPITWA(A)RK OVER DE OORLOG, DE BEVRIJDING EN DAARNA

 

Het nieuwe nummer van Spitwa(a)rk, het tijdschrift van de Historische Vereniging Carspel Oderen dat geheel is gewijd aan de oorlogsperiode ’40-’45 was in zeer korte tijd uitverkocht. Inmiddels is de herdruk weer verkrijgbaar. Ook van de nummers over de oorlog, verschenen in april 2005, 2007 en 2008, is nog een aantal beschikbaar.

 

Inhoud Spitwa(a)rk

In dit speciale ‘oorlogsnummer’ (56 pagina’s ), zijn droevige en blijde verhalen opgetekend. Ze zijn geïllustreerd met veel tot nu toe onbekende foto’s. Het openingsartikel gaat over Jantje Luit uit Valthermond die geen bonbons van Seys Inquart wilde. De ‘foute’ krant Nieuws van de Dag schrijft over zogenaamde terroristen (onze verzetsstrijders) die hun ‘gerechte’ straf krijgen. Ook de hongerwinter wordt in een drietal verhalen beschreven: de Rotterdammer Leo Hoorn liep naar Valthe en Henny Ravenhorst uit Bilthoven naar Exloo. Ook lezen we hoe een Goudse politieagent naar Valthermond fietste en met veel voedsel weer terugkeerde. Daarna gaat het over geallieerd vuur dat de Odoornerveense Janke Buls in april ‘45 het leven kostte. Vervolgens is er aandacht voor twee Italiaanse onderduikers die in 1e Exloërmond korte tijd verbleven. De oorlogsjaren en -herinneringen over Valthe en zijn inwoners worden beschreven aan de hand van een tweetal artikelen en evenveel gedichten. De bevrijding van Valthermond komt vervolgens uitgebreid aan de orde. Spitwa(a)rk sluit af met een weerzien tussen een Duitse soldaat en een voormalige inwoner van Exloo. Op de fotopagina’s staan het monument van Valthermond en het (afgebrande) gemeentehuis in Exloo. Op de voorplaat staan alle straatnaambordjes, die ons herinneren aan de oorlog.


HISTORISCHE VERENIGING

CARSPEL ODEREN

 

PERSBERICHT            Exloo, juli 2010

 

DE BOERHOORN, BEELD VAN MAX DOUWES EN FEEST IN ORING

 

Het tweede nummer van Spitwa(a)rk, het tijdschrift van de Historische Vereniging Carspel Oderen, begint met een artikel van Marchinus Elting over de boerhoorn. Vervolgens wordt een artikel gewijd aan de terugkeer van Max Douwes in Klijndijk. Daarna volgen de bijdragen van Jan Veenstra (Ziedaor en zodoende), Bep Douwes (In gedachten zal ik vaak een ommetje maken om te kijken naar het beeld van mijn man), Frits Rosenbaum (Geleide democratie) en Gerard Nijenhuis (gedicht Thoeskomst over de terugkeer van Max Douwes).  Op de middenpagina’s staan 24 foto’s over de feestelijk bijeenkomst  bij buffetrestaurant Thijs en Aafke en over de onthulling van het beeld van Max Douwes. Maar ook bij alle verhalen staan vel foto’s van de feestelijk dag en de aanwezigen. Een prachtige foto uit 1968 van het dorp Klijndijk en een foto van de zangvereniging 9 met Max Douwes) van Klijndijk uit de jaren dertig in de rubriek  Herkent u het nog? staan ook in het tijdschrift. Het laatste verhaal gaat over de opening van de school in Oring in 1884: een verhaal van amateur-historicus Pim Mensingh uit Exloo.

 

Het boerhoorn

In Spitwa(a)rk 2009/2 schreef Geert van Rossum Hzn. over de geschiedenis van de boerhoorn van Exloo. Marchinus Elting deed onderzoek naar de functie van de boerhoorn in het kerspel en het resultaat vindt u in dat artikel. In het kerspel Oderen hadden de boermarken van Valthe, Exloo en Odoorn-Klijndijk een boerhoorn. ‘In een tied waorin der nog gien spraoke was van tillefoon, laot staon computers, wussen de boeren op de Drentse zanddarpen mekaor ok wal te vinden middels een goed warkend communicaotiemiddel, de boerhoorn’.

 

De terugkeer van Mans Tierelier

De redactie blikt in woord en beeld terug op de 21e  mei. Het borst beeld van de Drentse schrijver Max Douwes werd, in het bijzijn van een heel gezelschap bekende en minder bekende Drenten, onthuld. Douwes werd tijdens zijn arbeidzame leven in heel Drenthe én daarbuiten beroemd als de verhalenverteller Mans Tierelier. Op de regionale radio vertelde Mans de avonturen van onvergetelijke figuren als Ol' Domnee, Klein Rieksie, Zwiene Geert, Jans Druppien en Aorend van de Roege Bulten. Daarnaast werd Douwes beroemd als tv-regisseur van veelgeprezen NCRV-series als De scheepsjongens van Bontekoe en Stiefbeen en Zoon. Verder was hij bekend als bedenker van damproblemen. Hij overleed in 1998.

 

Ziedaor en zodoende

Jan Veenstra schreef: ‘Max Douwes kun je zonder overdrijving omschrijven als een van de ‘founding fathers’ van de Drentstalige literatuur. Zijn betekenis voor het verhalend proza, evenals voor de mondelinge overdacht van verhalen in het Drents is van onschatbare waarde’. Op de dag van de onthulling bracht hij op meesterlijke wijze zijn Mans Tierelierachtige bijdrage. Een genot om nog eens na te lezen.

 

Geleide democratie

Frits Rosenbaum kroop deze dag in de huid van Max Douwes en bracht een nieuw Mans Tierelierverhaal. In deze bidrage wordt verhaald hoe Klein Rieksie  en Ol’Domnee op een geslepen manier er voor zorgen dat het beeld van Max Douwes aan de kolk in Klijndijk komt.

Een intrigerend verhaal met een onverwachte afloop.

 

Feest in Oring

Pm Mensingh schrijft: ‘Op 16 juli 1884 is het groot feest in Oring oftewel Odoorn. De aanleiding is het in gebruik nemen van de nieuwe school. Reeds op 1 juli was het spektakel reeds aangekondigd: “dat eerstdaags een feest gevierd zal worden, hetwelk, naar zich laat verwachten, alles wat we hier tot nu toe van dien aard hebben aanschouwd, in de schaduw zal stellen.”

Dit feest en de geschiedenis van de school in Odoorn daarna wordt door de auteur met een prachtige foto aan de lezer voorgeschoteld.



HISTORISCHE VERENIGING

CARSPEL ODEREN

 

PERSBERICHT             Exloo, oktober 2010

 

BIJZONDER THEMANUMMER SPITWA(A)RK: DE SCHAAPSKUDDE VAN EXLOO EN ANDERE VERHALEN

 

Het derde nummer van Spitwa(a)rk, het tijdschrift van de Historische Vereniging Carspel Oderen, is deze keer gewijd aan de schaapskudde van Exloo. Op 6 oktober is het eerste nummer gepresenteerd en aangeboden aan Jan Reemt Jaarda, de voorzitter van de St. Schaapskudde Exloo. Deze maand is het 50 jaar geleden dat de kudde van Roelof Steenbergen in ‘gemeentelijke dienst’ kwam.  In dit themanummer niet alleen veel (niet eerder gepubliceerde) foto’s uit vervlogen tijden, maar ook bijzondere verhalen. Roelof Hoving schreef over de overdracht en over de komst van de Gooise kudde naar Exloo. Marchinus Elting sprak met herder Tienus Kaspers en hij maakte ook een gedicht over de Exloër kudde. Frits Rosenbaum schreef over het werk van de scheper, de attributen die hij gebruikte en over allerlei eigenaardigheden van dit bijzondere beroep.

Roel Sanders vertelt over kunstschilders die schapen als onderwerp kozen, geïllustreerd met diverse prachtige schilderijen. Jan Wierenga beschrijft de geschiedenis van de uitgestrekte heide, die eens zo kenmerkend was Drenthe. Hij gaat in op de betekenis en de teloorgang van de schaapskudden toen de kunstmest zijn intrede deed.

Naast al deze artikelen ook een drietal artikelen dat in 1960 gepubliceerd werd. Verhalen over Roelof Steenbergen (De scheper dwaalt nog altijd over de Drentse heide), de eerste gemeentelijke herder Harm Rengers (Harm Rengers, de nieuwe herder?) en over de kudde en de overdracht, een interview met secretaris Koops van de VVV en herder Steenbergen (Exloo houdt zijn kudde). Ook in Herkent u het nog? en Oderen verandert  (over de scheperswoning, die in 1994 afbrandde) staat de schaapskudde centraal.

 

Schaapskudde Exloo in dienst van de gemeente

Roelof Hoving neemt de lezer mee naar de dag van de overdracht van de kudde van Exloo naar de gemeente, maar vertelt ook hoe burgemeester Van Roijen dit realiseerde en de historie na 1960 tot heden wordt kort belicht.

In een ander artikel Drentse schapen uit Goois natuurreservaat vertelt hij hoe in 1963 de kudde van Exloo werd ‘ververst’ met 98 Drentse Heideschapen schapen, twee rammen en een geit uit het Gooi.

 

Exloo houdt zijn kudde

Een artikel uit 1960 waarin scheper Roelof Steenbergen centraal staat. Een vraaggesprek met de toenmalige VVV-secretaris A.J. Koops en de scheper. Een mooi artikel over het dagelijkse leven van Steenbergen en zijn kudde.

 

Harm Rengers, de nieuwe herder

Het weekblad De Noordooster had in juni 1960 al een gesprek met de nieuwe schaapherder, Harm Rengers uit Valthe. Hij  was aangezocht om de taak van scheper Steenbergen over te nemen. Rengers kwam uit een oud schepersgeslacht. In een ander artikel, De scheper dwaalt nog altijd over de Drentse heide, uit 1961gaat de lezer met de nieuwe scheper de heide op.

 

 

Over komende, gaande en poserende schapen

Roel Sanders, schrijver van diverse boeken over de Drentse schilderkunst vertelt dat vanaf midden van de 19e eeuw kunstschilders door uitvindingen (veldezel en vooral door het beschikbaar komen van verf in tubes) de mogelijkheid kregen om in de buitenlucht te werken. Deze zogenaamde plein-airschilders hebben ook Drenthe bezocht. Het artikel is geïllustreerd met kleurenfoto’s van diverse schilderijen over schapen en schaapskudden in Drenthe.

 

De grote stille heide als enorme schapenweide

Ooit was een groot deel van de voormalige gemeente Odoorn bedekt met heide, waarop de schepers van Valthe, Odoorn en Exloo hun schaapskudden weidden. Jan Wierenga schetst in vogelvlucht de geschiedenis van de heide, die al heel lang geleden begon en tot op de dag van vandaag voortduurt, ook al is er niet veel heide meer over.

Schaap en scheper
Frits Rosenbaum belicht het werk van de scheper door de eeuwen heen en schrijft over kleding, uitrusting, inkomen en bijverdiensten, schapenziekten en gewoonten.

Scheper Tienus verbonden met kudde en Exloo
Toen er in 1986 een vacature voor schaapherder bij de toenmalige gemeente Odoorn ontstond, solliciteerde Tienus Kaspers. Hij werd schaapherder van de gemeentelijke kudde van Exloo. Marchinus Elting sprak met hem over zijn leven als scheper.


HISTORISCHE VERENIGING

CARSPEL ODEREN

 

PERSBERICHT             Exloo, december 2010

 

ODOORN OF ODERINGE, AALTJE CREMER, SLACHT IN VALTHERMOND EN HISTORISCH VERVOER

 

Het vierde nummer van Spitwa(a)rk, het tijdschrift van de Historische Vereniging Carspel Oderen, begint met een artikel  van Albert Mantingh. Hij heeft zich bezig gehouden met het ontstaan van de naam Odoorn. Hij noemt de namen Odoorn - Oderen - Oring – Oderinge.

Veel kunstschilders trokken n de 19e eeuw naar Drenthe en ook naar Exloo. Roel Sanders portretteert Aaltien Cremers-Nijhof.

Jacob Westendorp schrijft over de slacht in Valthermond. Hij vertelt over bloedworst, blaas en ogen,maar ook over het slachtmaal.

Zo’n 150 jaar geleden baande de postkoets, bespannen met vier paarden zich een weg baande door onze provincie. Willem Leideritz schrijft in Van wegen en tollen over vervoermiddelen uit vervlogen tijden. Uit de krant gaat deze keer over het K.I-station aan de Dilweg in Odoorn. Oderen verandert gaat over de Eben-Haëzerschool in 2e Exloërmond.  Herkent u het nog? laat kinderen uit Exloo zien, die in 1942 meededen met een sprookje. De voorplaat toont prinses Beatrix en prins Claus op bezoek in Valthermond.

 

Odoorn-Oderen-Oring-Odhere

Iedere inwoner van een dorp, streek of stad vraagt zich wel eens af op welke wijze de naam van zijn of haar woonplaats tot stand is gekomen. Waarom wordt Valthe, Valthe genoemd en Exloo, Exloo? Albert Mantingh heeft zich bezig gehouden met het ontstaan van de naam Odoorn. Het verhaal blijkt te beginnen met ene Odhere, die zich mogelijk voor 800 hier heeft opgehouden.

 

Portret van Aaltien Cremers NIjhof

Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw trokken veel kunstschilders het land in om daar tijdelijk te gaan werken. Ook Drenthe deelde in die belangstelling en Exloo was een van de dorpen, die voor hen aantrekkelijk was. Twee kunstenaressen, Marie Cremers en Phieke van den Wall Bake, kwamen, aldus Roel Sanders, naar Exloo. Van den Wall Bake maakte een prachtige tekening van Aaltien Cremers-Nijhof, echtgenote van een telg van het geslacht Cremers, dat vele jaren in Exloo woonde.

 

De slacht in Valthermond

Het bezit van een varken was voor de veen- en landarbeider in de eerste helft van de afgelopen eeuw heel belangrijk. Als het financieel maar enigszins haalbaar was, schrijft Jacob Westendorp, werd in het vroege voorjaar een biggetje aangeschaft. Vaak op de Emmer veemarkt. Na een goede verzorging was het beest dan in het najaar slachtrijp; het woog dan zo’n 175 tot 200 kilo. Het artikel bevat prachtige foto’s over de slacht.

 

Van wegen, posten en tollen

Wanneer we vandaag de dag over de autosnelweg A28 razen, is het nauwelijks voorstelbaar dat nog zo’n 150 jaar geleden de postkoets, bespannen met vier paarden, zich een weg baande door het zomerse mulle zand of modderige winterse karrensporen. Willem Leideritz leidt ons met diverse vervoermiddelen door de tijd en vertelt over de wegen en tolhuizen.